Tempranillo is een van de meest kenmerkende druivenrassen uit Spanje, en vormt de basis voor enkele van de beroemdste rode wijnen van het land. De naam ‘Tempranillo’ komt van het Spaanse woord ‘temprano’, wat ‘vroeg’ betekent; deze druif rijpt namelijk vroeger dan veel andere druivensoorten. Tempranillo groeit voornamelijk in wijnstreken als Rioja, Ribera del Duero en Toro, maar ook in andere delen van Spanje – en zelfs daarbuiten – worden er mooie wijnen van deze druif gemaakt.
Tempranillo-wijnen staan bekend om hun robijnrode kleur, een medium tot volle body en zachte tannines. In de geur en smaak vind je vaak tonen van rijpe aardbei, kers, pruim en regelmatig een hint van leer, tabak of vanille wanneer de wijn op eikenhout heeft gerijpt. Hierbij zijn er duidelijke verschillen tussen de stijlen binnen Tempranillo: van jonge, fruitige wijnen tot complexe Reservas en Gran Reservas die jarenlang op vat en fles rijpen.
De geschiedenis van Tempranillo gaat terug tot minstens de 13e eeuw, en wordt vaak gezien als de ‘koning’ van de Spaanse druiven. Wat Tempranillo onderscheidt van andere rode druiven zoals Cabernet Sauvignon of Merlot, zijn de frisse zuren, de zachte structuur en het vermogen om smaken van het terroir en de vatrijping prachtig in zich op te nemen. Hierdoor is Tempranillo zowel geliefd bij wijnliefhebbers als bij wijnmakers zelf.
Een glas Tempranillo combineert uitstekend met uiteenlopende gerechten, van traditionele Spaanse tapas, geroosterd vlees en lamsbout tot gegrilde groenten, harde kazen of zelfs een hartige paella. Door de veelzijdigheid en toegankelijkheid biedt Tempranillo voor ieder wat wils, of je nu een jonge, soepele wijn zoekt of juist een krachtige, gelaagde Reserva.