Rosé wijn staat bekend om zijn verfrissende karakter en mooie kleur die varieert van licht zalmroze tot diep frambozenrood. De kleur van rosé ontstaat doordat de schillen van blauwe druiven slechts kort in contact blijven met het sap, meestal slechts enkele uren tot een paar dagen. Dat geeft rosé zijn kenmerkende tint en lichte body, in tegenstelling tot rode wijn waarbij dit contact veel langer duurt.
Rosé wijnen worden wereldwijd geproduceerd, met beroemde regio’s zoals de Provence in Frankrijk, Navarra in Spanje en diverse wijngebieden in Italië en Zuid-Afrika. Elk land brengt zijn eigen stijl: zo zijn Franse rosés vaak subtiel en droog, terwijl Spaanse en Italiaanse varianten soms wat voller en fruitiger zijn.
Wat rosé ook bijzonder maakt, is de verscheidenheid aan druiven waarvan deze wijn gemaakt wordt. Enkele veelgebruikte druivenrassen zijn Grenache, Syrah, Mourvèdre, Pinot Noir en Sangiovese. Daarnaast kun je kiezen uit verschillende soorten rosé: van mousserende rosé tot droge, licht aromatische varianten of juist meer vollere, rijpere stijlen.
De geschiedenis van rosé wijn gaat eeuwen terug. In het verleden werd de meeste wijn licht van kleur gemaakt, omdat wijnmaaktechnieken om diepe, robuuste rode wijnen te produceren nog niet waren verfijnd. Door de jaren heen is rosé geëvolueerd tot een eigen categorie, gewaardeerd om zijn veelzijdigheid.
Rosé wijn onderscheidt zich van witte en rode wijn door zijn fruitige aroma’s, frisse zuren en toegankelijke karakter. Deze wijn past uitstekend bij uiteenlopende gerechten. Vooral lichte salades, zeevruchten, charcuterie, gegrilde groenten en mediterrane gerechten zijn uitstekende combinaties. Een gekoelde rosé is daarnaast heerlijk op warme dagen, maar kan zeker het hele jaar door worden geschonken.