Saint-Estèphe wijn komt uit het noordelijkste van de beroemde dorpen in de Médoc, net boven Pauillac aan de oever van de Gironde. Het is de appellatie van stevige, strak gebouwde rode Bordeaux die tijd nodig heeft en die tijd ruimschoots terugbetaalt. Hier vindt u de klassieke namen van het dorp, van de grote tweede crus tot de crus bourgeois die voor de dagelijkse fles in aanmerking komen.
Wat Saint-Estèphe wijn anders maakt dan de rest van de Médoc
De appellatie telt ongeveer 1.230 hectare wijngaard. Een klein beekje, de Jalle du Breuil, vormt de grens met Pauillac, en aan de overkant ligt meteen Château Lafite Rothschild. Toch smaakt de wijn van hier anders. De bodem is grind zoals overal in de Médoc, maar met duidelijk meer klei in de ondergrond. Die klei houdt water vast en blijft koeler, waardoor de druiven iets later rijpen.
Dat merkt u in het glas. Saint-Estèphe heeft de naam de meest tanninerijke en traagst rijpende wijnen van de Médoc te maken, met frisse zuren, diepe kleur en een wat hoekige, stevige structuur in de jeugd. De klei is ook de reden dat Merlot hier beter gedijt dan in de dorpen verder naar het zuiden. De meeste châteaux bouwen op Cabernet Sauvignon, maar met een royaal aandeel Merlot erbij dat de wijn wat vlees op de botten geeft.
De vijf geklasseerde châteaux van Saint-Estèphe uit 1855
Saint-Estèphe heeft geen eerste cru. Aan de top staan twee tweede crus, en beide vindt u in onze selectie.
Château Montrose en Château Cos d'Estournel
Château Montrose ligt op een grindplateau direct aan de Gironde. Montrose staat bekend als een van de meest langlevende wijnen van Bordeaux, en de rijpe jaargangen uit de jaren tachtig en negentig laten zien waarom. Wie niet zo lang wil wachten, kan La Dame de Montrose proberen, de tweede wijn van het huis.
Cos d'Estournel herkent u van ver aan de pagodes op het gebouw. Oprichter Louis-Gaspard d'Estournel verscheepte zijn wijn in de negentiende eeuw tot in India en nam daar zijn liefde voor het Oosten mee terug. De wijn is wat voller en exotischer dan Montrose, met veel donker fruit en specerijen. Les Pagodes de Cos is de tweede wijn en een mooie kennismaking met de stijl.
Calon-Ségur en Lafon-Rochet
Calon-Ségur is de derde cru van het dorp en heeft misschien het mooiste etiket van Bordeaux: een hart rond de naam. Dat gaat terug op de Markies de Ségur, die in de achttiende eeuw ook Lafite en Latour bezat en toch zei dat hij wijn maakte in Lafite en Latour, maar dat zijn hart bij Calon lag. Naast de grand vin vindt u hier ook Le Marquis de Calon Ségur en Le C de Calon-Ségur. Château Lafon-Rochet, de vierde cru, en Château Cos Labory, de vijfde, maken de lijst compleet.
Crus bourgeois uit Saint-Estèphe: veel wijn voor uw geld
Buiten de klassering van 1855 ligt de echte kracht van het dorp voor wie slim wil kopen. Château Phélan Ségur, Château Les Ormes de Pez, Château Haut-Marbuzet en Château Lilian Ladouys maken wijnen die in goede jaren dicht bij het niveau van de geklasseerde buren komen. Ze hebben dezelfde stevige ruggengraat, maar zijn vaak eerder open en duidelijk vriendelijker geprijsd. Ook Château de Pez, Château Tronquoy en Château Capbern zijn het proberen waard.
Wie liever de zachtere kant van Bordeaux zoekt, vindt die eerder op de rechteroever in Saint-Émilion.
Veelgestelde vragen over Saint-Estèphe wijnen kopen en drinken
Hoe lang moet ik Saint-Estèphe laten liggen?
Crus bourgeois drinken vaak al mooi na vijf tot acht jaar. De geklasseerde châteaux, en zeker Montrose en Cos d'Estournel, hebben in goede jaren makkelijk vijftien jaar of meer nodig voordat de tannine zacht wordt.
Wat eet ik bij een Saint-Estèphe?
De stevige tannine vraagt om eiwit en vet. Denk aan lamsrack, entrecote van de grill, eend of een stuk belegen harde kaas.
Wat is het verschil tussen Saint-Estèphe en Pauillac?
Pauillac ligt direct ten zuiden op diepere grindbodems en levert doorgaans wat elegantere, meer op Cabernet Sauvignon gebouwde wijn. Saint-Estèphe heeft meer klei, meer Merlot en een robuustere, strakkere stijl die langzamer opengaat.